Trudy Otterspeer

De kaasboerin van kunstenaar Trudy Otterspeer is geschilderd in nachtblauw met een zilveren lint. Het lint staat symbool voor het water van rivier de Gouwe waarlangs zij opgroeide in Waddinxveen en de gracht de Gouwe waaraan haar atelier nu ligt in Gouda. Op de kaasboerin zijn een aantal schaaltjes bevestigd van handgeschilderd plateel, wat symbool staat voor verbinding tussen plateel, Trudy en Gouda. Aan de voet ligt een handgedraaide en door Trudy beschilderde vaas. Optisch loopt het water over het lichaam van de kaasboerin in de vaas en stroomt er onderin weer uit. Het staat symbool voor de ‘natte voeten’ van Gouda. 

Trudy Otterspeer werd vanaf 1972 als leerling-plateelschilder opgeleid door Gerrit Piket, een van de beste schilders bij Plateelbakkerij Zenith. Centraal stonden de traditionele Delfts blauwe patronen in florale motieven. Monochroom aangebracht: één verfsoort in meerdere patronen. Ook de schildertechniek in meerdere kleuren (polychroom) maakte deel uit van de opleiding. Bij Zenith waren veel meisjes tewerkgesteld die niet meer naar school wilden. Trudy vond het geweldig om het ambacht te leren, het maken van productie vond zij minder leuk. Na het overlijden van Gerrit Piket erfde Trudy zijn kleurpigment en schachtpenselen. De schacht is gemaakt van de pen van een vogelveer waar natuurlijke haren zijn ingebracht. Afhankelijk van de haarsoort kun je er lijnen mee zetten (runderhaar) of vlakken mee invullen (marter- of eekhoornhaar). In 1987 start ze met haar eigen atelier: Ceramiekatelier Fortuna. Twintig jaar later werkt ze onder de naam Ambachtelijk Plateel en verhuist haar atelier naar de Hoge Gouwe.  Het atelier 'Ambachtelijk plateel' is één van de weinige Nederlandse ateliers waar het aloude ambacht nog op traditionele wijze wordt beoefend.  Hier brengt zij het eeuwenoud ambacht plateelschilderen opnieuw onder de aandacht. Dat kan een gelegenheidsbord zijn, een jubileumschaal, een pronkschotel, maar evengoed tegels voor de restauratie van een tegeltableau. Naast deze unica worden er ook kleine series geproduceerd: souvenirs en seizoenartikelen, zoals kerstdecoraties. Allemaal met de hand geschilderd.

In 2014 zorgt ze ervoor dat 'Plateelschilderen in Gouda' wordt opgenomen op de lijst Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed in Nederland. Elke twee jaar wordt gecontroleerd of het ambacht nog ‘levend’ is en zich ontwikkelt. Wat Trudy betreft ligt het verleden in de toekomst en ligt het nu hier.  Zij wil het oude ambacht plateelschilderen verder ontwikkelen als kunstvorm en is nieuwsgierig wat er nog meer mogelijk is. Daarom volgde zij onlangs een cursus Japans Sumi-e schilderen. Dit woord is een samenvoeging van ‘zwarte inkt’ en ‘schilderij’. Het verwijst naar een kunstvorm waarin alle onderwerpen worden geschilderd met zwarte inkt met alle mogelijke tinten ervan, variërend van puur zwart tot de lichtst mogelijke schakering vermengd met water. Trudy onderzoekt hoe zij deze techniek kan toepassen op plateel. Zij geeft het eeuwenoude ambacht plateelschilderen door aan nieuwe generaties. In haar atelier geeft zij cursussen op elk niveau. Workshops als kennismaking, een basiscursus om de techniek te leren en open atelier voor het verfijnen en opfrissen van de techniek. Voor gevorderden zijn er themacursussen zoals Schrijven met de penseel en Landschap schilderen.

Pijpenfabriek P.J. van der Want Azn. (1716-1774) was gevestigd aan de Nieuwe Haven, later aan de Keizerstraat op de nummers 10 en 12.  Aangezien er aan het begin van de twintigste eeuw met het maken van pijpen niet veel te verdienen viel, besloten de achterkleinkinderen in 1917 een bedrijf te beginnen waar zowel gegoten pijpen als sieraardewerk gefabriceerd kon worden. Vanaf dat moment werd de firmanaam P.J. van der Want gewijzigd in ‘Plateel- en pijpenfabriek Zenith’ en was het bedrijf inmiddels verhuist naar de Prins Hendrikstraat 99-101.

Er werd gedecoreerd gebruiks-en sieraardewerk gemaakt, zoals: vazen, potten, kandelaars, rook- en likeurstellen, asbakken, wandborden, klokjes, lampvoeten, schalen, klokken, inktpotten, inktstellen en pennenbakjes. De decors werden direct op de witte biscuit geschilderd en daarna afgedekt met een transparant glazuur. In 1924 gaat de fabriek over op Gouds mat. De decors werden op een voorgebrand glazuur aangebracht, de patronen werden dik omlijnd met veel zwart eromheen, een werkwijze die  later door vele andere aardewerkfabrieken werd geïmiteerd. Deze bloeiende plateelindustrie werd eind jaren '30 van de vorige eeuw hard getroffen door de crisis. Tijdens WO-II werd er enkel nog gebruiksaardewerk gemaakt. Vanwege de schaarste aan grondstoffen kon er pas vanaf 1949-1950 weer luxe sieraardewerk worden gemaakt. De algemene smaak is inmiddels veranderd en er is alleen nog vraag naar Delfts Blauw. Het zou slechts een korte opleving zijn. Midden jaren '60 werd het authentieke handwerk verdrongen door grootschalige fabrieksmatige productie. In 1980 was er een grote brand waarbij het magazijn en het archief van Zenith verloren gingen. Vanwege de teruglopende verkoop stopte Zenith in 1984 als laatste grote Goudse fabriek met het maken van aardewerk.

 

"Ik geef het eeuwenoude ambacht plateelschilderen door aan nieuwe generaties."  

trudy_otterspeer.jpg